Waarom ik nog steeds bomen knuffel (en wat de wetenschap daarover zegt)

Gepubliceerd op 19 juli 2026 om 20:00

Als jong meisje werd ik vaak Sneeuwwitje genoemd. Ik wilde het liefst altijd buiten zijn. Ik vond het heerlijk om bomen te knuffelen en praatte met dieren alsof ze mij konden verstaan. Of het nu de eekhoorns waren die nieuwsgierig voorbij renden of de geiten op de kinderboerderij, ik voelde mij helemaal thuis tussen de dieren en de natuur. Als ik terugkijk, besef ik dat de natuur altijd mijn veilige plek is geweest. Daar voelde ik rust, verwondering en een diepe verbinding die ik als kind helemaal niet hoefde uit te leggen.

Toen ik ouder werd en opgroeide in de stad, veranderde dat langzaam. Het leven werd drukker, ik ging werken en zonder dat ik het echt doorhad, raakte de verbinding met de natuur steeds verder op de achtergrond. Ik leefde zoals zoveel mensen: altijd bezig, altijd onderweg en altijd met mijn hoofd bij de volgende afspraak. Pas toen ik een burn-out kreeg en tijdelijk stopte met werken, werd ik gedwongen om stil te staan. Tijdens mijn healing journey merkte ik dat ik steeds meer naar de natuur werd getrokken. Het voelde alsof mijn lichaam precies wist wat het nodig had.

Het eerste wat ik deed? Ik knuffelde een boom. En ja, ik praatte zelfs tegen bomen.

Voor sommige mensen klinkt dat misschien een beetje zweverig, maar binnen de Slavische folklore is dat helemaal niet zo vreemd. In veel Slavische tradities worden bomen gezien als levende symbolen van kracht, bescherming en wijsheid. Onze voorouders brachten bewust tijd door bij oude bomen wanneer ze behoefte hadden aan rust, troost of bezinning. Niet omdat zij dachten dat een boom alle problemen zou oplossen, maar omdat de natuur werd gezien als een plek waar lichaam, geest en ziel weer met elkaar in verbinding konden komen. Misschien is het juist daarom dat ik mij altijd zo aangetrokken heb gevoeld tot bomen. Het voelde niet alsof ik iets vreemds deed, maar alsof ik terugkeerde naar iets wat diep van binnen altijd al vertrouwd was.

Jaren later begon ik mij af te vragen of dit alleen vanuit folklore en spiritualiteit kwam, of dat er misschien ook een wetenschappelijke verklaring voor was. Tot mijn verrassing blijkt daar steeds meer onderzoek naar te zijn. Zo laat onderzoek naar Shinrin-yoku, ook wel bosbaden genoemd, zien dat tijd doorbrengen tussen bomen een positief effect heeft op ons zenuwstelsel. Wetenschappers zagen onder andere dat deelnemers een lagere hartslag, een lagere bloeddruk en minder van het stresshormoon cortisol hadden na een verblijf in het bos. Ook werd het parasympathische zenuwstelsel actiever, waardoor het lichaam makkelijker ontspant. Daarnaast scheiden bomen natuurlijke stoffen af, de zogenaamde fytonciden, waarvan onderzoekers denken dat ze bijdragen aan zowel ontspanning als een sterker immuunsysteem.

Wat ik misschien nog wel interessanter vond, was een Japanse studie waarin onderzoekers mensen verschillende materialen lieten aanraken. De deelnemers legden hun handen onder andere op onbewerkt eikenhout. Daarbij zagen de onderzoekers een toename van de activiteit van het parasympathische zenuwstelsel en een afname van activiteit in de prefrontale cortex, een hersengebied dat betrokken is bij stress en mentale inspanning. Met andere woorden: alleen al het aanraken van een natuurlijk materiaal zorgde voor een meetbare ontspanningsreactie in het lichaam. Hoewel dit onderzoek niet specifiek over het knuffelen van bomen ging, laat het wel zien dat contact met natuurlijke materialen een positieve invloed kan hebben op ons zenuwstelsel.

Toen ik dat las, moest ik glimlachen. Misschien was dat kleine meisje dat bomen knuffelde helemaal niet zo gek. Misschien voelde mijn lichaam intuïtief al aan wat de wetenschap nu steeds beter begint te begrijpen.

Wij denken vaak dat we losstaan van de natuur, maar eigenlijk zijn we zelf natuur. Ons lichaam is duizenden jaren lang geëvolueerd tussen bomen, planten en open landschappen. Toch brengen we tegenwoordig het grootste deel van onze tijd door tussen beton, achter beeldschermen en in een wereld waarin alles steeds sneller lijkt te gaan. Misschien is het daarom niet zo vreemd dat we ons in een bos vaak direct rustiger voelen. Het voelt niet als ontsnappen, maar als thuiskomen.

De volgende keer dat je merkt dat je hoofd overloopt of je zenuwstelsel om rust vraagt, nodig ik je uit om eens een bos in te gaan. Zoek een boom die je aanspreekt, leg je hand op de stam en voel de structuur van de bast. Luister naar de vogels, adem diep in en laat de stilte even binnenkomen. En als het voor jou goed voelt, geef die boom gerust een knuffel. Niet omdat het een wondermiddel is of omdat het al je zorgen wegneemt, maar omdat het je misschien helpt herinneren aan iets wat we soms vergeten: wij zijn geen bezoekers van de natuur. Wij zijn natuur.

Let op: niet iedere boom is geschikt om aan te raken. Sommige boomsoorten bevatten irriterend sap of andere stoffen die huidreacties kunnen veroorzaken. Respecteer daarom altijd de natuur en gebruik je gezonde verstand wanneer je een boom aanraakt of omarmt.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.